Agrarische overdrachten


Het nieuwe pachtrecht verschilt met name op het punt van de beëindigingsregels duidelijk met het oude recht. Vroeger eindigde een reguliere pachtovereenkomst door een mededeling van de verpachter aan de pachter dat hij de pachtovereenkomst niet wilde verlengen. De pachter moest dan binnen slechts één maand de pachtkamer om de verlenging van de pachtovereenkomst verzoeken.

Sinds 1 september 2007 is dit systeem verlaten. Een verpachter die nu een einde wil maken aan de pachtovereenkomst zal onder het nieuwe recht de pachtovereenkomst op moeten zeggen. Dat kan alleen tegen het einde van de termijn waarvoor de pachtovereenkomst is aangegaan.

De opzeggende verpachter moet onder het nieuwe recht een opzegtermijn van minimaal één jaar in acht nemen. Ook moet de vepachter bij de opzegging de redenen voor de opzegging opgeven. Doet hij dit niet, dan is de opzegging niet (rechts)geldig. De pachter kan zich binnen zes weken na de opzegging daartegen verzetten. Doet hij dit, dan moet de verpachter bij de pachtkamer vorderen dat de pachtkamer het tijdstip zal vaststellen waarop de pachtovereenkomst eindigt. De pachtkamer is daarbij overigens wel gebonden aan vijf opzeggingsgronden. De belangrijkste grond is dat de pachter wanprestatie jegens zijn verpachter heeft gepleegd.

Een andere in het oog springende verandering is dat de verpachter de overeenkomst niet meer kan opzeggen omdat de pachter de 65-jarige leeftijd heeft bereikt.

Bron: agd.nl

Voorts is sinds 1 januari 2007 de vrijstelling als bedoeld in artikel 15 lid 1 letter q van de Wet op Belastingen van Rechtsverkeer aangepast en uitgebreid.

Voor meer inlichtingen hierover kunt u uiteraard altijd met ons kantoor contact opnemen.